Reisverhalen

Waddentocht 2009

 

Bromzeilen

door

Blub

 

Vrijdag 12 juni 2009

Mijn naam is Blub en wel hierom …… dat ik het roerbeeld ben van de “Gulle Gever”, in dit verhaal verder te noemen GG.

GG is een prachtige lemmer aak en ik ben er dan ook trots op haar roer te mogen sieren.

Dit verhaal beschrijft de eerste zeilweek die ik met mijn schip mocht meemaken, een tocht die ons langs wadden en wierden, over meren en plassen en langs grachten en vaarten zou voeren. Het begon allemaal op vrijdag 12 juni j.l om 17.00 uur in mijn thuishaven te Rijsenhout. Een voor een druppelde de bemanning die mij op deze tocht zou vergezellen binnen. Allereerst was daar natuurlijk de trotse eigenaar en schipper van GG genaamd Menno, schipper van stavast. Vervolgens verschenen achter elkaar aan boord Nic, de koning van het kombuis,  Martien, eerste matroos zonder vrees, Onno, die Mien Dobbelsteen doet verbleken, Kees en Jan, voordekkers van formaat en tenslotte Mark, tosti – en lijstenmaker. Ze hadden er zin in, dat kon ik wel zien, en ik ook. Na hartelijk afscheid genomen te hebben van de wegbrengservice kon mijn “maidentrip” dan eindelijk beginnen.

Vrolijk tuffend over de Ringvaart passeerden wij de brug bij Aalsmeer toen wij werden opgeschrikt door een nare piep. De motor protesteerde tegen oververhitting.

Snel werd GG stil gelegd en na enig onderzoek bleek de oorzaak een loszittende temperatuursensor te zijn. Opgelucht voeren wij verder.

De brug van de A9 draaide op tijd en even later lagen we op het Nieuwe Meer te wachten voor de nachtelijke doorvaart door Amsterdam, de Staande Mast Route.

Tijd genoeg dus voor Nic om ons de eerste van vele lekkernijen voor te schotelen, heerlijke Beef Stroganov.  Door deze viersterren maaltijd vloog de tijd en al gauw maakten wij ons op voor de nachtelijke doorvaart door Amsterdam. Ons konvooi bestond slechts uit een stuk of acht schepen en verliep voorspoedig al moest de dienstdoende brugwachter zo nu en dan haast maken om ons bij te houden. Kort na 3 uur ’s nachts meerden wij af in de Houthaven voor een korte doch welverdiende nachtrust. De bemanning sliep snel in, ik heb geen oog dichtgedaan overmeesterd als ik was door emoties. Gelukkig draag ik altijd een fles Berenburg onder mijn borstvin dus klagen hoort u mij niet!

 

Zaterdag 13 juni 2009

De laatste brug voor dat je ’t IJ op kunt draait pas om 10.00 uur dus de bemanning had alle tijd om uitgebreid te ontbijten en dat deed ze dan ook.

Nadat we het cruiseschip dat we eerder die ochtend langs zagen varen gepasseerd waren voeren we al snel de Oranjesluizen binnen en niet veel later het Markermeer op, eindelijk zeilen dus. Alles zat mee zo leek het, de zon, de temperatuur doch niet de wind. Aeolus was ons deze dag niet gunstig gezind. Op de motor verder dan maar want we hadden geen tijd te verliezen immers, Terschelling wachtte. De enkele zeilboot die we onderweg tegenkwamen lag meer te dobberen dan dat er snelheid werd gemaakt en wij verbaasden ons dan ook toen een platbodem met volle zeilen ons voorbij kwam zetten aan bakboord. Een snelle inspectie van onze kant leerde dat hij de motor had bijgezet. “Een bromzeiler”, hoorde ik een van de opvarenden roepen, een term die exact omschreef wat we zagen en die ook voor de nodige hilariteit zorgde onder de bemanning. We zouden het nog vaak te horen krijgen.         

Terwijl de keukenbrigade ons voorzag van onze dagelijkse lunch, veelal een overheerlijke tosti of hartige broodjes knakworst, voeren we rustig voort richting Enkhuizen. Daar eenmaal aangekomen verwees de havenmeester ons naar een prima ligplaats in de luwte. Daar hebben we voor het eerst de toastjes sardine met tomaat en een mespuntje mayonaise geproefd. Heerlijk, er zouden er deze week nog vele volgen.

Een wandelingetje door Enkhuizen bracht ons al snel bij een gezellig café waar we verrast werden door een grote groep muzikanten bestaande uit een shantykoor en wat instrumentalisten die klassiekers als “de klok van Arnemuiden”, “Zuiderzeeballade” e.d ten gehore brachten. Onderwijl onderhielden wij ons met de plaatselijke dronkelappen waarbij vooral Nic indruk maakte op een oude, nogal bezopen, vrijster. Gelukkig konden wij hem bijtijds verlossen uit haar houdgreep. De pizza’s smaakten voortreffelijk bij Dolce Vita en na een afzakkertje bij de haven en nog enkele terug aan boord zonken wij een voor een weg in dromenland

Het zal de oplettende lezer zijn opgevallen dat ik inmiddels in de wijvorm schrijf; ik voel me dan ook inmiddels een volwaardig lid van de bemanning. Een gelukzalige glimlach siert mijn vissenbek.

 

Zondag 14 juni 2009

Wat smaakten die croissantjes heerlijk. Evenals de rest van het overvloedige ontbijt dat wij nuttigden nadat we ons heerlijk hadden gedoucht en geschoren. Vandaag lijkt Aeolus ons wel goedgezind want er staat een aardige bries, een windje 4 mogelijk later zelfs 5. Snel werd koers gezet naar het IJsselmeer en even later voeren we met volle zeilen richting Kornwerderzand. Het was een prachtige dag en gaandeweg raakten wij meer en meer op elkaar ingespeeld. Wanneer Menno “overstag” riep verviel elk bemanningslid in een routinematige handeling die naadloos aansloot bij elke voorafgaande handeling en zo was de steven rap gekeerd. Menno, de schipper, en ik zagen het met genoegen aan. Vanaf GG zagen wij de contouren van het Noord-Hollandse en Friese landschap aan ons voorbijtrekken; eerst Andijk en Medemblik, wat later Staveren, Hindeloopen met haar scheve kerktoren, Workum en Makkum en voor we er erg in hadden naderden we de sluis naar de Waddenzee. “Strijk de zeilen”, baste onze schipper en zo gezegd zo gedaan. Voor het eerst deze reis werden wij ons gewaar van de gevaren die op de loer liggen en dat zwemvesten geen overbodige luxe zijn wanneer je de fok en het grootzeil strijkt bij een windkracht 5 of zo. Met moeite hielden wij ons staande op het dek maar uiteraard klaarden wij de klus zonder ongelukjes. Nou ja, zonder ongelukjes, de smeerreep brak hier af maar snel ingrijpen van Martien en Menno voorkwam erger.

Gretig snoven wij de zilte waddenzeelucht op en even was iedereen stil. Hier hadden we met z’n allen naar uitgekeken. Hiervoor hadden wij afgelopen winter zoveel uren gestoken in het opknappen van GG . Plechtig zwijgend en genietend van het natuurschoon legden we het laatste stuk naar Harlingen af waar we in de Noorderhaven een mooie ligplaats vonden. Tijd voor bier en sardines dus! Nog nagenietend van deze prachtige dag namen we de omgeving in ons op, maakten kennis met andere schippers en opvarenden en werden ons voor het eerst deze trip “Neeltje” gewaar met op het dek in de zon Hippo terwijl pa zat te vissen en dochterlief mooi zat te wezen. Dit was niet het laatste dat we van ze zouden zien.

Aangezien we de volgende dag koers zouden zetten naar Terschelling werden de getijde - en stromingstabellen geraadpleegd om een geschikt tijdstip van vertrek vast te stellen en besloten werd om ca. 12.00 uur van wal te steken.  Kees belde nog even met Boon om dit kort te sluiten i.v.m zijn mogelijke inspanning om een plaatsje in de haven van West vrij te houden. Afgesproken werd de volgende dag contact op te nemen zodra West in zicht was.

Nic intussen had zich samen met Mark in de keuken verschanst om niet veel later met veel gevoel voor dramatiek een heerlijke boeuf op tafel te toveren. Gedurende een klein half uurtje waren wij sprakeloos. Slechts het gulzige gesmak van onze bemanning verbrak de stilte. Wat smaakt zo’n boeuf toch goddelijk, zeker na een dagje IJsselmeer !  Na het eten hebben we nog even een wandelingetje gemaakt door Harlingen waarbij we de verleiding van een ijsje bij min12 niet konden weerstaan. Voor het slapen gaan toch nog even de fles Berenburg soldaat gemaakt. Al met al de 2e of 3e liter meen ik. Vol verwachting en enigszins onrustig vielen mijn oogjes toe. Die nacht droomde ik van drooggevallen schepen voor de kust van West-Terschelling.

 

Maandag 15 juni 2009

We waren al vroeg op en dat terwijl we niet eens zo vroeg op weg moesten. De spanning zullen we maar denken. Verse broodjes en een krantje werden aangerukt en vrolijk keuvelend doodden we de tijd. Menno besloot niet tot 12.00 uur te wachten en dus zette GG op 11.15 uur zeil richting Terschelling. Een deel van de bemanning werd nog van een andere boot geplukt en zo lieten wij Harlingen achter ons met een goede wind en een slechte stroming. Kees onderhield nauw contact met Boon, die al klaar was met inpakken en een boot eerder nam , die van half een. Volgens plan zouden wij elkaar rond half twee passeren op het wad. Met de stroming van een knoop of 2 tegen liepen we toch nog rond de 3 knopen met alle zeilen bijgezet dus ook de kluiver. Diverse veerboten passeerden ons links en rechts w.o de Midsland en de Vlieland en uiteindelijk ook de Friesland waar Boon en zijn vrouw Hanneke uitbundig naar ons stonden te zwaaien. Uiteraard hebben we over en weer foto’s van elkaar gemaakt tijdens deze bijzondere ontmoeting midden op de Waddenzee.

’s Avonds, toen we op Terschelling waren had Boon zijn foto’s al naar Menno gemaild.  Om een uurtje of vijf vielen we droog op het Groene strand van West-Terschelling, een ware belevenis. Langzaam zagen we het water zakken en toen we eenmaal echt droog lagen kon je zien dat GG zowat waterpas op het zand lag, een meesterstukje stuurkunst van onze schipper. Om bij hoog water niet in aanvaring met andere schepen te komen verlegde Nic het anker nog een eindje en konden we ons opmaken voor een bezoek aan dit prachtige eiland dat deze week in het teken staat van Oerol, een jaarlijks terugkerende kunstmanifestatie die bekendheid geniet over de hele wereld. De sfeer was uiterst relaxed, zowel onder de schippers als onder de ca. 50.000 bezoekers van dit festival.

Deze avond werden we al vroeg door Nic verrast met z’n keuze voor deze dag : varkenshaasjes in een champignonroomsaus vergezeld van gebakken spinazie en beetgare tagliatelle. Een en ander werd weggespoeld met een bijpassende rode en witte wijn. De loftuitingen waren talrijk. Hoewel we heerlijk zaten uit te buiken werd het tijd om aan land te gaan en zo geschiedde.

Op het drooggevallen stuk wad stonden tientallen houten panelen die als vleugels konden wapperen in de wind, allemaal prachtig beschilderd doch teveel om te bekijken. Bij strandtent de Walvis was een openluchtdisco opgezet waar op dit tijdstip al volop werd gedanst. Ook wij lieten ons niet onbetuigd, weliswaar niet op de dansvloer maar dan toch zeker bij de bar.  Het is dat Kees ons maande om voet te zetten richting de Lieman anders hadden wij er nu nog gestaan. Café de Lieman beroept zich erop het oudste van Terschelling te zijn en dat laten wij maar zo omdat het niet te controleren valt. Juist toen we dachten dat Kees het etablissement nooit meer zou vinden zagen we het om de hoek liggen. Als oude vrienden werden we onthaald in deze kroeg waar een blind paard geen schade kan doen. Al bij binnenkomst viel ons de persoon op die met stoel en al post had gevat op het biljart, zo dronken als een tempelier en slechts gesteund door de dranklucht die hem omringde. Zijn ook niet meer zo heldere kompaan zou hem op enig moment opvangen bij het afdalen van het biljart doch deze poging eindigde ermee dat de dronkelap bij Martien in zijn nek belandde alvorens langzaam door te glijden richting kroegvloer. Moeizaam krabbelde hij overeind en sleepte zich naar de WC. We hebben hem daarna een tijdje niet meer gezien. Nic onderwijl vermaakte zich prima op het tot dansvloer omgetoverde gangpad met twee danslustige schoonheden en Menno kreeg van een nogal wellustige dame verzoek na verzoek om haar, met door Menno ongewenste intimiteiten, te verwennen op het damestoilet. “Je gaat maar alleen pissen”, was het enige dat Menno haar toebeet. Het werd almaar drukker in de Lieman, Martien had een collega/vriendin via zijn mobiel gemobiliseerd en ook Onno, toch niet de meest getalenteerde danser onder ons, ontkwam niet aan een spontane jive met een zojuist de deur binnengevallen dame kortom, gezelligheid alom, ook buiten op het terras. Op de weg terug naar GG viel het ons op dat de voeten nat werden. Het water was inmiddels tot kniehoogte gestegen en met moeite waadden wij ons een weg terug naar ons nachtverblijf. Kennelijk het getijdenboek niet precies genoeg bestudeerd (de volgende dag bleek inderdaad dat we de tabellen van Harlingen hadden geraadpleegd i.p.v die van Terschelling). Het feest werd aan boord voortgezet en terwijl Onno reeds te stee lag danste de rest van de bemanning op de banken.  Ik keek meewarig toe en wachtte op de rust aan boord die niet veel later zou terugkeren. Slechts een luid gesnurk kon mij nu nog uit mijn slaap houden. Het gesnurk zou die nacht in alle hevigheid losbarsten.

 

Dinsdag 16 juni 2009

De bakker op West beschikt behalve over vers brood ook over een toilet en dat kwam Mark goed uit. Zichtbaar opgelucht wandelden wij terug naar GG, een bruine aak lichter en verse broodjes rijker. Na een stil ontbijt was er tijd over voordat het hoge water zou komen hetgeen ons de gelegenheid gaf de romp van GG nog even te kuisen en na een dek schrob beurt lag ze er weer blinkend bij. Slechts wat hardnekkige zoutresten waar we slecht bij konden bleven verschoond van een poetsbeurt. Rond het middaguur kwam het water en eenmaal vlot werd snel koers gezet richting Vlieland, bij een zuidoosten wind de meest voor de hand liggende bestemming. Slechts Jan was al eerder op Vlieland geweest doch als klein kind dus we waren allemaal vol verwachting van dit, volgens sommigen, mooiste waddeneiland. Waar mogelijk werd weer gezeild en slechts incidenteel “gebromzeild” wanneer dat noodzakelijk was. Zoals al eerder gezegd was het nogal stil aan boord, vermoedelijk was iedereen de heftige indruk die Terschelling had achtergelaten nog aan het verwerken. Pas toen Martien en Mark ons hadden voorzien van hun, overigens uiterst smakelijke, versie van een boerenomelet kwamen de praatjes weer terug. Varend van boei naar boei kwam Vlieland steeds dichterbij. De zeehondjes die wij hoopten aan te treffen op de Richel waren in geen velden of wegen te bekennen. Pas toen wij de haven van Oost Vlieland naderden dook er een op zo’n 40 meter achter ons schip. Toen we de camera’s eenmaal in de aanslag hadden was zij of hij alweer verdwenen. Wel een leuk gezicht zo’n zeehondje in zijn natuurlijke habitat.

De haven van Oost is spiksplinternieuw en dat hebben we geweten. De ligplaats was mooi maar het liggeld loog er niet om, € 42,-- voor een nachtje met 7 personen en dat moet je ook nog geld gooien in de watervoorziening, schande! Overigens het enige smetje op ons bezoek aan dit eiland. Bij helder weer, en dat was het, zie je zo Harlingen liggen aan de overkant. We zagen ook Neeltje weer liggen en nog enkele schepen die wij al eerder gespot hadden. Oost is leuk, eigenlijk niet meer dan 1 straat maar dan vol met horecagelegenheden en winkeltjes. Er stond zelfs een haringkar maar Onno gaat natuurlijk niet € 2,40 neertellen voor een Hollandse nieuwe. We zijn gekke Lowietje van de Tempelberg niet! Vermeldenswaard zijn verder het beeld van Willem de Vlamingh, een vermaard zeevaarder die op ‘’Flielant’’ gewoond heeft, restaurant de Lutine waarvan de naam verwijst naar het schip dat in 1799 voor Vlieland verging, volgeladen met goud en zilver ter waarde van 1 miljoen Britse ponden. Slechts 1 goudstaaf is ooit geborgen en Lloyds in Engeland, eigenaar van het wrak na uitbetaling van veel verzekeringsgeld, wist de bel van de Lutine te bergen. Tot 1980 heeft deze bel dienst gedaan in Lloyds hoofdkantoor in Londen. De geschiedenis van de geit van Vlieland heb ik niet kunnen achterhalen helaas. De traditionele toastjes met sardine bij de borrel zullen ook deze keer niet hebben ontbroken en wat Nic en Mark nu weer op tafel toverden, macaroni met smac, kan gerust de kwalificatie van een zinsbegoocheling doorstaan. ’s Avonds hebben Onno en Kees nog de Open Vlielandse Jeu des Boules kampioenschappen kunnen bekijken waarbij opgemerkt dient te worden dat dit kampioenschap niet onder auspiciën van de internationale bond kan zijn georganiseerd aangezien men er wel heel eigenaardige regels op nahoudt, men speelt b.v slechts met 1 bal per persoon en vele deelnemers in 1 “flight”. Na wat briefkaarten gepost te hebben en enkele slaapmutsjes daalde de duisternis over GG en haar opvarenden neer. Slechts 1 wezen bleef wakker die nacht; Blub, die zijn ogen niet kon afhouden van de grote karperachtigen, barbelen wellicht?, die rond zijn schip zwommen. Hij zou toch niet verliefd worden!

 

Woensdag 17 juni 2009               

Poepen en douchen is op Vlieland geen straf. De hokken zien er prima verzorgd uit en de kosten vallen mee. In – en uitwendig opgefrist verzamelde het gezelschap zich voor het ontbijt van verse croissantjes en pistoletjes van het kaliber reusachtig, die door Onno en Kees na een heerlijk ochtendwandelingetje waren gescoord in het dorp. Het beloofde weer een prachtige dag te worden met een behoorlijke wind echter uit de verkeerde richting, oostelijk namelijk. Ik wierp bij het verlaten van de haven nog 1 blik achterom maar ving geen glimp meer op van mijn barbelenvriendjes. Desondanks goedgemutst lieten wij Vlieland achter ons. Waar mogelijk werd gezeild maar op vele doorgangen lukte dit niet zo goed zodat we ook behoorlijk moesten motoren. De clipper Neeltje lag nog steeds droog op de Richel en voor het overige was het een dag als alle anderen, zonnig en dus aangenaam. Af en toe spatte wat zout water over de boeg en op een gegeven moment, un momento dado zou Cruyff zeggen, begonnen onze koppen door al dat water en zout toch wel een beetje scheef te trekken. Stromend zoet water bracht echter uitkomst en na zowat 3 uur varen, waarbij we tegen de 8 knopen haalden,  liepen we Harlingen binnen waar we direct geschut werden in het Prinses Margrietkanaal. Voort ging het via Franeker, waar de schoolmeisjes ons van de kant toeriepen dat ze geslaagd waren, Dronrijp en Deinum naar Leeuwarden waar we uiteindelijk door de spoorbrug werden gestuit. Hier moesten we volgens schema een uurtje of zo wachten. Nic en Mark maakten van de gelegenheid gebruik om met het bijbootje boodschappen te doen in een nabijgelegen Super de Boer. Het laatste stuk via het pittoreske Warten naar Grou verliep voorspoedig en in het centrum van Grou meerden wij af aan de steiger van Hotel Restaurant Oostergo. Dat mocht als we maar bij hun kwamen eten. Dit beloofden wij. Wij oogstten bewondering met onze strak opgebonden fok, die in een sierlijke boog afhing tussen de val en de schoot.

Het eten was goed maar haalt het niet bij het niveau dat wij aan boord gewend zijn maar ja, ook kokkie en z’n maat hebben wel eens een vrije dag. Het zal tijdens het toetje geweest zijn dat Menno dacht Ellen Vijn te zien en waar Ellen is is Joop. Hij had het goed gezien. De twee waren in Joops monster met 2 x 150 PK aan boord het IJsselmeer over gesneld en hadden geboekt in Oostergo. De ontmoeting was hartelijk en nadat Menno Joops handheld GPS had “gerepareerd” was deze zo blij dat hij ook nog een borreltje bij ons “stal”. Er bleef echter genoeg voor ons over maar niet nadat we eerst ons traditionele avondwandelingetje hadden gemaakt en ons hadden vergewittigd van de route die Mark de volgende ochtend moest lopen om bij het station te komen. Een kwartiertje lopen schatten wij!  Nadat wederom een fles Berenburg soldaat was gemaakt sliepen wij vredig in.

 

Donderdag 18 juni 2009  

 

 In de haven van Enkhuizen meerden wij af langszij een leuke aak. Zij waren in een rechte lijn zonder slag van Workum naar Enkhuizen gezeild en dus droog over gekomen. Waren wij maar zo verstandig geweest hoewel, nu alle kleding in het avondzonnetje hing te drogen was het leed ook wel weer snel vergeten. We hadden de Jeltesloot in kunnen varen om via de Fluessen en Workum de oversteek te maken, net als zij, maar kozen ervoor bij Lemmer buitengaats te gaan. Dat de wind meer zuidwest was dan west zou ons parten spelen zo bleek. De binnendoortocht over het Prinses Margrietkanaal naar Lemmer verliep rustig en zonder oponthoud en via de gelijknamige sluis voeren we het IJsselmeer op. De wind was inderdaad ongunstig dus restte ons niet anders dan op de motor de oversteek te maken. Waar de wind eerst nog matig was, een kracht 4, zwol deze aan tot vrij krachtig 5 en misschien hier en daar wel een kleine 6. We hadden niet gerekend op zo’n harde ongunstige wind en waren dus ook niet allemaal gekleed op overvloedig overslaand buiswater maar kregen hier wel mee te maken. Hoewel zeiknat hielden we de moed erin en af en toe was het ook wel spectaculair om GG door de golven te zien beuken. Toch waren we blij de luwte van de Noord-Hollandse kust te bereiken en even later Enkhuizen binnen te lopen. Aangezien we ’s ochtends hartelijk afscheid hadden genomen van Mark in Grou, hij moest met de trein terug naar Haarlem voor examens, en omdat ons schip een speelbal van de golven was geworden die middag geen tosti’s voor de verzopen katten maar de broodjes knakworst smaakten onder deze omstandigheden ook opperbest. Eenmaal rustig aan de kade gelegen in de buitenhaven kwamen we weer enigszins op adem en na de gebruikelijke toastjes e.d kregen we zelfs weer babbels. Voor de 3e, of was het de 4e?, keer werden wij Neeltje gewaar. Er werd vrolijk naar elkaar gezwaaid en zo zie je maar, op het water maak je snel vrienden.  Zelfs Hippo viel van dichtbij reuze mee in haar modieuze zeilpakje maar moest het vanzelfsprekend afleggen tegen haar dochter. De inkopen die Nic samen met Mark in Leeuwarden had gedaan kwamen nu goed van pas zo zouden wij ervaren. Vanuit het niets toverde hij een fantastische maaltijd op tafel van snijboontjes, aardappelen en worstjes. Snijbonenstamp dus, en niet voor “slechts” 2 personen maar voor alle 6. Toch wel vermoeid van deze enerverende overtocht viel de bemanning niet al te laat in een diepe slaap. Ik had nog te veel om over na te denken en haalde de fles Berenburg onder mijn vin vandaan. Een hartversterkertje kon ik wel gebruiken. 

 

Vrijdag 19 juni 2009

Vol interesse volgden wij de weersberichten op kanaal 1. Een windje 5 later aanwakkerend tot 6 uit west tot zuidwestelijke richting. Er was ook nog iets loos op Sprakenbrug eh Spakenbrurg ik bedoel Spakenburg met de betonnen dinges maar daar gingen wij toch niet heen. Haarlem was ons reisdoel van deze mooie dag en na  alweer een voedzaam ontbijt met verse broodjes en croissants kozen we redelijk vroeg het ruime sop. Gegeven de voorspelde windsterkte gaf Menno ons opdracht het grootzeil dubbel te reven en ook in het fokkenzeil een rif te zetten. Eenmaal door de sluis konden de zeilen gehesen worden en even later voeren we op grootzeil en fok heerlijk over dit prachtige water, het Markermeer dus, richting ’t Paard van Marken, de beroemde vuurtoren zo genoemd vanwege haar karakteristieke vorm die wel iets van dit edele rijdier wegheeft.  Menno had uitgerekend dat we een koers van ca. 210° moesten varen om Amsterdam te bereiken en voor Pampus langs te gaan maar met een windrichting als vandaag leek dat onmogelijk. Aanvankelijk leken we inderdaad wat af te vallen maar op enig moment had Menno GG zo getrimd dat we vanzelf op de gewenste koers bleven varen. Ons schip corrigeerde zichzelf wanneer ze wat afviel en het stuurwiel hoefde niet aangeraakt te worden. Vol bewondering voor dit staaltje vakmanschap hebben we zo zeker een half uur gezeild met een vaartje van 5½ à 6 knopen. Er werd volop wedstrijd gevaren op het Markermeer en met enige regelmaat moesten wij ons door een wedstrijdveld heen manoeuvreren maar zoals altijd ging ons dat prima af. Nadat we ‘t Paard gerond hadden en inderdaad voor Pampus langs voeren (je kon de gerestaureerde geschutskoepels bijna aanraken) moesten we vlak onder Diemen pas de motor bijzetten om de ingang naar de Oranjesluizen niet te missen. Al met al een prachtige oversteek. In de sluis de gebruikelijke drukte en ook daar kwamen wij bekenden tegen uit Enkhuizen. Het bleken Friezen te zijn die nog nooit in Amsterdam waren geweest en de Sixhaven hadden uitgekozen als overnachtinghaven. Eenmaal op het Noordzee kanaal roken we onze geboortegronden al. Hier ook overviel ons de enige echte regenbui die wij deze week hebben moeten trotseren, die paar druppels in Grou tel ik niet mee,  en als ik zeg wij bedoel ik eigenlijk Onno want hij stond achter het roer en ving de volle laag op. De rest had zich wat strategischer opgesteld, met name Menno en Kees die een poging waagden om net zulke lekkere tosti’s te maken als Mark. Oefenen nog even heren!

De wachttijd voor de brug van de A9 bij Spaarndam gebruikten wij om het schip op te ruimen en alvast een beetje de eigen rotzooi bij elkaar te zoeken. In de sluis van Spaarndam kwam bij ons een motorkruiser langszij aanleggen en nadat we geschut waren en uit wilden varen bleek zijn motor niet meer te willen starten. Lichtelijk in paniek drentelde hij heen en weer en verdween plotsklaps benedendeks. Vakkundig loodste Menno de twee schepen de sluis uit naar jachthaven de Rietpol waar de nerveuze schipper en zijn vrouw ons hartelijk bedankten voor de geboden hulp. Hoewel de lichten op de nieuwe Schoterbrug op dubbel rood stonden draaide hij wel doch dat werd pas duidelijk toen we contact zochten via de marifoon. Voor € 8,50 konden we in Haarlem overnachten, ter plekke contant te voldoen of pinnen in het havenkantoor. Haarlem binnenvaren over het Spparne is altijd spectaculair met aan de skyline molen De Adriaan, de Grote Kerk en de Bakenesserkerk. We meerden af aan het Korte Spaarne. Het was inmiddels negen uur ’s avonds dus hongerig waren wij wel. Na een lekkere maaltijd bij Parels, hoewel niet van Nic niveau, spoedden wij ons terug naar GG omdat de meisjes, op Saskia en Marian na, aan boord werden verwacht. Ze hadden ons zo gemist. Het bleef nog lang gezellig in de kuip en na hartelijk afscheid te hebben genomen van Jan vielen de resterende 5 opvarenden in een diepe slaap.

 

Zaterdag 20 juni 2009

Het afval opgeruimd, verse broodjes aan boord en wachtend op Saskia, die Nic kwam ophalen, zo brak onze laatste vaardag aan. We haakten aan bij een klein konvooi en namen afscheid van Nic aan de kade voor parkeergarage de Appelaar. De doorvaart door Haarlem verliep ditmaal buitengewoon voorspoedig. Dat hebben we wel anders meegemaakt. Nadat we nog even hadden afgetankt op de Westeinder en de laatste geldelijke plooien hadden recht gestreken liepen we tegen 14.00 uur mijn thuishaven weer binnen althans, dat probeerden wij. Albert had ons plekkie echter tijdelijk ingepikt i.v.m onderhoud. Na nog 1 rondje van de zaak meerden we dan eindelijk af na een onvergetelijke zeilweek. De ontvangst op de haven was bijzonder hartelijk en iedereen wilde weten hoe GG zich had gehouden deze week. Vol trots deed Menno zijn relaas en bewonderende blikken vielen hem ten deel. Terwijl de bemanning onder het genot van een biertje in de kantine afscheid nam van elkaar mijmerde ik weg bij de gedachte aan al onze avonturen. Terschelling en Vlieland bleef maar door mijn vissenkop spoken.

 

Was ik nou toch verliefd geworden ?

Blub.

 

Naschrift

Menno en Onno hadden moeite afscheid te nemen van ons mooie schip en plakten er nog een nachtje aan in de haven, de bofkonten.